Proeftuinen Democratie en Burgerparticipatie

Onderdeel: Burgers agenderen en werken voorstellen uit

Door Jan Dirk Pruim

Burgers en gekozen burgers kunnen meer voor elkaar betekenen. Burgers hebben zelf het recht met initiatieven te komen die leiden tot een agendering bij de agenda van de gekozenen. Wij kennen het burgerinitiatief, dat de burgers de mogelijkheid biedt om rechtstreeks met een voorstel op de agenda van de gemeenteraad te komen. Vaak blijkt de toepassing te zijn verbonden aan vele restricties, zoals dat het onderwerp niet mag voorkomen op de reguliere agenda of dat het niet in het beleidsproces van de gemeente mag zijn opgenomen, niet onder de rechter zijn  etc. Maar ook eenvoudigere vormen van agendering door burgers zijn bekend zoals het krijgen van een plek in de vergadering op basis van een lijst met vijftig handtekeningen. Bij de eenvoudigere vormen zijn er minder restricties, maar vaak zijn ze niet direct op een finaal besluit gericht.  Hiernaast zij  er vormen van burgers aan het woord die met name het bestuur  (college) toe past, zoals interactief beleid en inspraak. Vormen die vaak weer wel aan nadrukkelijke vorm vereisten moeten voldoen. Overigens kunnen burgers ook via fracties invloed uitoefenen op de agendering.

Voor de gekozen burgers betekent de toepassing van het eigen agendarecht dat via andere vormen en lijnen wordt gewerkt.  Dat is zichtbaar geworden in de vele manieren waarop nu het werk van raden wordt ingevuld. Kenden wij het stelsel van commissies en raad, nu zijn er vele andere vormen zichtbaar. De stadsgesprekken, het burgerplein, de avond van de dialoog tot en met een systeem van wekelijks vergaderen.
In veel gemeenten wordt ervaring opgedaan met een andere manier van werken door de raadsleden. Hierbij experimenteren sommige gemeenten naast bestaande systemen (zoals het commissiestelsel) met nieuwe vormen van burgerinvloed, zoals de gemeente Leeuwarden met  o.a. een burgervisitatie commissie. Andere gemeenten werken naast vernieuwende vormen van burgers aan het woord ook met gewijzigde vergadersystemen zoals de gemeenten Apeldoorn en Almere met het politieke markt systeem. In deze gemeenten wordt niet meer met commissies gewerkt maar met een systeem van een wekelijkse vergadering waarin informatieverzameling, argumenteren, debatteren en besluitvorming plaatsvindt. Veel gemeenten hebben een eigen systeem ontworpen zoals de gemeente Voorst met het ‘Voorster vergadermodel’ waarin eerst middels ronde tafelgesprekken informatie wordt uitgewisseld voordat het debat (de meningsvormende raadsvergadering) en de besluitvorming (besluitnemende raadvergadering) aan de orde komen.
Het idee is dat via een andere vorm van vergaderen deelname aan de lokale politiek ook laagdrempeliger voor inwoners wordt. Het veranderen van manieren van werken heeft dus vaak een meerledig doel. Namelijk het werk van het raadslid aanpassen aan de eisen van deze tijd, maar ook de kennis van de burgers beter te benutten dicht bij het moment van besluitvorming.

In het project burgers agenderen en werken voorstellen uit’, denken wij verschillende richtingen te belichten en uit te werken. Allereerst zal gekeken worden naar de effecten van diverse manieren van werken door de raad. Vervolgens zullen wij ons buigen over de vraag van de behoefte aan verdere doorontwikkeling van het raadswerk sinds de invoering van het duale systeem. Waarbij mogelijke kenmerken van een 2e en 3e generatie raadswerk worden geschetst. Is het bijvoorbeeld mogelijk dat we van een politiek debat naar een maatschappelijk debat in de toekomst gaan waarbij er gebruik kan worden gemaakt van burgers als externe deskundigen? Daarbij zal ook de agenderende rol van de burger in de werkvorm van de raad worden verdiept. 
Daarnaast zal er aandacht zijn voor de huidige ontwikkelingen en de behoeften van gemeenten die overwegen deel te nemen aan de proeftuin ‘burgers agenderen en werken voorstellen uit’. Het idee is in zo’n proeftuin door te denken over de eerste en tweede generatie raadswerk. De ideeën hierover uit te werken in initiatieven en verdieping aan te brengen uitgaand van de behoeften van uw eigen gemeente.

Lokale proeftuinen.

Gemeenten kunnen zelf een proeftuin op dit terrein beginnen. Wij willen hen daarbij ondersteunen met adviezen vanuit ervaringsdeskundigheid, met het organiseren van werkconferenties en contacten. Verder zullen maatwerk oplossingen worden bewerkstelligd voor het goed volgen en evalueren van de proeftuinen door universiteiten en hogescholen.

Een van de zeven professionals die samen de initiatiefgroep Democratisch Boeket vormen ondersteunt en begeleidt de opzet van een proeftuin. Daarnaast zijn meerdere ervaringsdeskundigen beschikbaar  te weten de griffiers van de gemeenten Voorst, Apeldoorn en Leeuwarden. Gedurende het proeftuinen traject worden voortganggesprekken gevoerd. Ook zal twee keer per jaar een werkconferentie worden georganiseerd, indien er sprake is van meerdere proeftuinen. Daarin kunnen de ervaringen van de verschillende proeftuinen worden uitgewisseld.

De deelnemende  gemeenten worden eveneens betrokken bij de opzet van het Democratisch Keurmerk, dat in de loop van 2009 door de stichting zal worden ontwikkeld. Het democratisch keurmerk zal toetspunt en inspiratiebron vormen voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2010.

Wij vragen aan de gemeente die wil deelnemen een bijdrage van € 10.000 en de inzet van een gemeentelijke coördinator projectleider die het proeftuintraject intern wil trekken.

Jan Dirk Pruim is griffier in Almere en daarnaast bestuurslid van de Stichting Agora Europa. Hij heeft bijna 30 jaar ervaring bij de lokale overheid, waarvan 20 jaar als gemeentesecretaris en griffier. Ook is hij in die periode, 13 jaar betrokken geweest bij zowel de Vereniging van Griffiers als bij de Vereniging van Gemeentesecretarissen. Van beiden is hij erelid. In zijn functie als griffier  draagt hij als mede-initiator bij aan de ontwikkeling van de Almeerse Politieke Markt.