Teksten Hoofdstuk1 en
2 van de brochure ‘Vuurdoop’ over het ontstaan van De Smederijen van Hoogeveen.
- Eisse Kalk en
2
Het
succes van samenwerken
De Smederijen van Hoogeveen
Niet de gemeente, maar bewoners beslissen
waar een flink deel van het geld voor buurten en dorpen aan wordt besteed. Niet
alleen de gemeente, maar ook de bewoners zitten met corporaties, politie en
welzijnswerk om de tafel. Niet alleen de hoge heren, maar ook alle bewoners
gaan met elkaar in gesprek. Niet alleen overleggen, maar vooral samen aan de
slag gaan. Dat is de kracht van de Hoogeveense aanpak, die niet voor niets
gedoopt is tot ‘De Smederijen van Hoogeveen’.
Al vanaf 1992 werkt
Hoogeveen aan buurtbeheer. Sinds 2005 gaat de gemeente een stapje verder en zet het gemeentebestuur zich in
voor een progressieve aanpak van wijk- en dorpsgericht werken. De bewoners
worden gestimuleerd hun eigen plannen kenbaar te maken en uit te voeren én
krijgen daarvoor budget. Op die manier nemen ze meer verantwoordelijkheid en krijgen
ze meer zeggenschap over hun eigen woon- en leefomgeving. De gemeente doet dit
niet alleen, maar in samenwerking met de drie woningcorporaties Woonconcept,
Domesta, Actium, het plaatselijke welzijnswerk (SWW)
en de politie Drenthe.
Succesvolle mix
Dat het wijkgericht werken in Hoogeveen een
succes is, heeft te maken met diverse factoren. Zonder betrokken bewoners
bijvoorbeeld kun je als gemeente nog zoveel verzinnen, maar dan komt er niets van de grond. Hoogeveen
heeft honderden actieve bewoners die zich – ieder op zijn of haar eigen wijze –
in willen zetten voor de toekomst van hun eigen wijk, buurt of dorpsgebied. Dit
bleek zowel bij de
opzet van de nieuwe wijkaanpak (Charrette,
zie hoofdstuk 2) als bij de uitwerking ervan.
Van belang voor een succesvolle wijkaanpak
is ook de ambtelijke en
bestuurlijke organisatie. Hoogeveen heeft een
gemeenteraad die zich sterk maakt voor bewonersinvloed in buurten en dorpen.
Dat uit zich onder meer in het
budgetbestedingsrecht. Daarmee krijgen bewoners de mogelijkheid zelf te
kiezen waar het geld in hun buurt of dorp aan wordt besteed. Tot slot zijn niet alleen de gemeente en de
bewoners betrokken, maar ook de woningbouwcorporaties,
het welzijnswerk en de politie. Deze mix van factoren blijkt succesvol voor het
wijk- en dorpsgericht werken in Hoogeveen.
Het wijk- en dorpsgericht werken in
Hoogeveen heet sinds mei 2007 ‘De Smederijen van Hoogeveen’. Laten we ons even
branden aan de elf gloeiende vonken die Hoogeveen net iets anders maken dan
gebruikelijk in Nederland.
Elf
‘vonken’ in De Smederijen van Hoogeveen.
1) Toekomstagenda.
Bewoners bepalen de Toekomstagenda van hun wijk en dorp zonder rekening te
hoeven houden met beleid van gemeente of corporaties. Vanzelfsprekend toetsen
de instellingen achteraf de plannen wel aan hun beleidskaders. De
Toekomstagenda heeft een looptijd van drie tot vijf jaar.
2) Zes deelnemende partners.
In de organisatie zitten zes partners (gemeente, de drie woningcorporaties, de
politie en het welzijnswerk) die meedoen op alle of op een deel van de
terreinen van de organisatie (personeel, organisatie, communicatie, financiën)
3) Gebiedsregisseurs.
De gebiedsregisseurs zijn in dienst van de gemeente, maar werken in opdracht
van de zes partijen en de bewoners. De gebiedsregisseurs hoeven niet binnen de
beleidskrijtlijnen van de gemeente te opereren. De Toekomstagenda van de dorpen
en wijken is hun opdracht. Ze kunnen de partijen rechtstreeks aanspreken en
hebben direct toegang tot de besturen van wijk- en dorpsorganisaties, directies
en managers van de zes kernpartijen.
4) Stuurgroep.
De zes kernpartners hebben de stuurgroep gemandateerd voor de regie. De
stuurgroep (vertegenwoordigers van de zes kernpartners, vier bewoners en de
wethouder) bepaalt de ruimte en richting van het werk van de gebiedsregisseurs.
5) Samen-aanpak. Meer dan
honderd Hoogeveners (bewoners, instanties en gemeente) hebben samen tijdens de
Charetteweek het model voor wijkgericht werken bedacht. Daardoor voelt iedereen
zich betrokken en is het een ‘samen-aanpak’ geworden,
met wederzijds hoge verwachtingen.
6) Trits.
Voor elk onderwerp van de Toekomstagenda wordt gekeken wat burgers zelf kunnen
doen en beslissen, waar ze hulp bij nodig hebben en wat ze aan anderen moeten
overlaten. Dit is de zogenoemde Trits (zie hoofdstuk 2).
7) Speelregels.
De samenwerking tussen alle partijen, instanties en individuen is op een
speelse manier vastgelegd op oud-Hollandse tegeltjes en in een boekje.
8) Een werkroute.
Om de stap te maken van de eerste signalen naar een Toekomstagenda, is een zes-stappen-route opgesteld. Elk dorp en elke wijk kan daar
een eigen invulling aan geven. De looptijd is tussen de drie en vijf jaar.
9) Wijkindeling.
De wijken en dorpen zijn niet ingedeeld op basis van administratieve,
organisatorische of sociaal-economische factoren, maar op basis van de
‘belevingsgrenzen’ van bewoners. Dat leidt tot 35 gebieden.
10) Budgetten.
De gemeente en de drie corporaties hebben budgetten vrijgemaakt waar bewoners
budgetbestedingsrecht over hebben. In het eerste jaar is dat ruim vier ton voor
de eerste tien startgebieden. In de daaropvolgende drie jaar komen daar
meerdere budgetten bij waar bewoners ‘gekwalificeerd adviesrecht’ op uit kunnen
oefenen(zie hoofdstuk 3). De verdeling van het budget over de dorpen en wijken
geschiedt zowel op basis van bewonersomvang en sociale karakteristieken als op
basis van de initiatiefkracht die een wijk of dorp inbrengt.
11) Looptijd.
De overheid en instanties hebben drie jaar de tijd om de nieuwe wijkaanpak in
zijn geheel in te voeren.
Verschillende
manieren van wijkgericht werken
De richting waarin het werken met
wijkbudgetten zich de komende jaren ontwikkelt, kan worden samengevat in een
kwadrantenschema met twee assen. Op de X-as
staat op welke wijze de gemeente initiatieven van bewoners benadert. Stimuleert
een gemeente bewoners als initiators en planuitvoerders en vindt zij
buurtrechten voor bewoners belangrijk? Of zijn burgerinitiatieven voor de
gemeente ‘input’ en een onderdeel van het beleid dat vanuit de overheid
geregisseerd of gestuurd wordt?
De vorm van sturing staat centraal als
keuzemoment op de Y-as. Hier kunnen
gemeenten kiezen tussen sturing door bewoners aan de ene kant en dominante
sturing vanuit de overheid en corporaties aan de andere kant.
|
Titel |
|||
|
Initiatiefkracht |
Bewoners
(zelf)sturing |
Integrale
beleidsprogrammering |
|
|
|
|
||
|
|
|
||
|
Sturing
vanuit overheid/corporatie |
|||
In de komende hoofdstukken wordt het
kwadrant (soms letterlijk) ingevuld voor de verschillende thema’s. Deze thema’s
zijn de betrokkenheid van bewoners (hoofdstuk 2), het gebruik van budgetten
(hoofdstuk 3), de bestuurlijke en ambtelijke organisatie (hoofdstuk 4) en de
deelname van de woningcorporaties (hoofdstuk 5). In het slothoofdstuk is het
kwadrant helemaal ingevuld met alle thema’s.
Test
uw gemeente
Iedere gemeente en iedere wijk kan voor
zichzelf nagaan in welke van de vier kwadranten zij zich op dit moment bevindt.
En, nog belangrijker, in welke richting zij het wijkgericht werken zou willen
ontwikkelen. Het kwadrant is een hulpmiddel voor bewoners én voor bestuurders
en hun ondersteuners. De figuur maakt duidelijk waar de gemeenten naar toe
willen met de toekomst van hun buurten. Willen ze de bewoners als
buurteigenaren? Of zien ze de bewoners slechts als ‘onderhuurders’ van een
buurt die eigendom is van gemeenten, corporaties en private ontwikkelaars? Aan
het einde van deze brochure is een kleine doe-het-zelf-thuis-test
opgenomen die u kunt gebruiken bij het maken van een analyse voor uw eigen
gemeente.
2
Van
Franse kar tot Drents receptenboek
De sleutel tot bewonersbetrokkenheid
Hoogeveen werkt sinds 1992 met het model
Buurtbeheer. Daarbij worden bewoners betrokken bij hun wijk of dorp in de rol
van klant. Dankzij dit model was de Hoogeveense start meteen al kansrijk. Het
zorgde voor een buitengewoon goed samenwerkingsklimaat voor de drie
woningcorporaties, het welzijnswerk, de politie en de gemeente. Maar hoe soepel
de samenwerking ook verliep, de burger als klant alleen was geen ideale
situatie. Hoogeveen wilde toe naar een partnerrelatie met haar bewoners. Ze
wilde bewoners beschouwen als co-maker van de eigen samenleving.
Vertrouwen
en verantwoordelijkheid
De twee basiselementen voor het slagen van
de Hoogeveense aanpak zijn onderling vertrouwen en de wil om samen de
verantwoordelijkheid te dragen. Het Hoogeveense vertrouwen is vastgelegd in een
intentieverklaring en samenwerkingsovereenkomst van gemeente, corporaties,
welzijnswerk en politie. Het vertrouwen en de gezamenlijke verantwoordelijkheid
zijn een direct resultaat van een kort maar zeer intensief
voorbereidingsproces: de Charrette.
De Charrette
Een Charrette is een radicaal ontwerpproces
waarbij bewoners, plannenmakers en andere betrokkenen in een korte periode zeer
intensief samenwerken voor het ontwikkelen van een plan of project. Het meest
zichtbare van een Charrette is de Charretteweek, waarin de betrokkenen in een
week tijd een raamwerk voor een nieuwe aanpak tot stand brengen. Hoogeveen koos
voor deze methode omdat het traditionele inhuren van een adviesbureau voor
deskundig extern advies niets zou toevoegen. Deskundigheid en ervaring hadden
ze na jaren intensieve samenwerking immers zelf voldoende in huis.
Waar komt het vandaan?
Charrette
is van oorsprong een Frans woord, het betekent ‘kleine kar’. In het 19e
eeuwse Parijs haalden docenten van de kunstacademie met de charrette de
werkstukken van architectuurstudenten op. Tijdens die ronde sprongen de
studenten op de kar om met de allerlaatste informatie en nieuwe ideeën de
laatste hand te leggen aan hun schetsontwerpen
Een moderne
Charrette wordt veel in de Verenigde Staten gebruikt bij het ontwerpen van
woonwijken of ruimtelijke plannen. In Nederland komt het (nog) maar mondjesmaat
voor.
Voorbereiding
Voorafgaand aan de Charretteweek hebben de
deelnemers drie maanden lang voorbereidingen getroffen. In die periode hebben
ze het gezamenlijke doel vastgesteld en de slaagkans bepaald; ze hebben de
randvoorwaarden geformuleerd, werklijnen uitgezet, agenda’s bepaald en goede
voorbeelden van andere gemeenten bekeken. Zo reed een bus vol bewoners,
professionals en bestuurders naar Enschede om het stadsdeelgericht werken te
bekijken. Deze voorbereidingsperiode was nodig om lokale politici en andere
beslissers met hun positie in het proces vertrouwd te maken en om de deelnemers
en externe deskundigen te mobiliseren. Na de voorbereiding hebben bewoners en
instanties in een week tijd een breed gedragen model voor wijk- en dorpsgericht
werken tot stand gebracht.
De Charretteweek
Dag 1
Startbijeenkomst:
75 frontlijners (raadsleden en betrokken wijk- en dorpsorganisaties) geven tips
en aanwijzingen voor de diverse onderwerpen in de Charrettegroepen.
Dag 2
Werkbijeenkomst:
65 mensen construeren een casco, bedenken oplossingen en maken scenario’s.
Stakeholdersmeeting: in de avonduren vullen veertig leidinggevenden, managers
en het voltallige College de eerste kritische reactieronde in.
Dag 3
Familieberaad:
deelnemers uit de charrettegroepen, buurt- en dorpsorganisaties en de zes
partnerorganisaties (in totaal zeventig mensen) overtuigen hun eigen directies
van de winst van de nieuwe aanpak. Het resultaat: een ‘we gaan op deze weg
door-akkoord’.
Dag 4
Uitloop en
afrondende werkzaamheden.
Dag 5
Jongerenbijeenkomst:
35 Hoogeveense jongeren plaatsen hun kanttekeningen bij hun rol bij het maken
van plannen in wijken en dorpen. Praktische voorbereiding van de presentatie.
Dag 6
Presentatie:
presentatie van het raamwerk aan meer dan honderd betrokken Hoogeveeners:
raadsleden, actieve bewoners, maar vooral ook veel mensen die mee ontworpen
hebben. Conclusie van alle aanwezigen: zó moet het en snel!
Het lijkt
alsof er een volle week is gewerkt, maar in werkelijkheid waren de meeste
betrokken professionals vijftien werkuren ‘kwijt’. Het is in feite
vergelijkbaar met vier vergaderingen inclusief voorbereiding in een
willekeurige projectgroep.
De
deskundigheid van leken
De aantrekkelijkheid van de Charrette is
terug te brengen naar vier kernpunten:
-
Iedereen doet mee: de Charrette
stelt leken in staat mee te denken over toekomstplannen. Met name bewoners als
locatiedeskundigen leveren waardevolle expertise in de ontwerpfase.
-
Openheid: doordat de sessies
openbaar zijn, speelt het proces van creativiteit, afweging en projectplanning
zich af onder de ogen van het publiek in plaats van binnen de muren van
kantoren en ateliers.
-
Energiek resultaat: de Charrette zet
een vraagstuk om van een statisch, complex probleem naar een gedragen en
maakbaar plan.
-
Korte Klap: door de korte looptijd
kan in een paar weken tijd een plan opgesteld worden waar in andere gevallen
meer dan een jaar over heen gaat. Deze korte doorlooptijd spreekt met name
bewoners aan.
De dynamiek van de Charrette ontstaat door
een strakke planning en het werken volgens een aantal richtlijnen:
-
Iedereen doet mee vanaf de start.
Bewoner, planner, investeerder, beslisser, beleidsmaker, gebruiker, beheerder,
werker: iedereen zit gelijkwaardig in het proces. Er moet een klimaat ontstaan
waarin iedereen zich overal mee kan en wil bemoeien.
-
Er vindt een permanente uitwisseling
plaats van mensen, ideeën en bevoegdheden. Ideeën en input komen uit alle
hoeken, zodat iedereen weet waar het over gaat. Realisme en creativiteit gaan
hand in hand.
-
Korte Feedback Loops. Plannen
doorlopen steeds de cirkel van ontwerp, review, bijstellen, herontwerp, review,
enzovoorts. Het is vaak letterlijk tekenen aan de tafel waarbij alle partijen
aanschuiven en vooral ook zelf het potlood hanteren.
-
Kijken naar de details én naar het
geheel. Goede plannen onderscheiden zich door details. Kritieke punten moeten
worden gezien en aangestipt. Daarom werken de ontwerpers met twee, elkaar
beïnvloedende, schalen: de ‘grote korrel’ voor het grote verhaal en de ‘kleine
korrel’ voor het alledaagse verhaal.
Een Charrette is een creatief proces met
een strakke planning dat sturing vraagt van mensen die onderwerpdeskundig, maar
vooral communicators pur sang zijn. Ervaren begeleiders van groepsprocessen die
de rode draad in de gaten kunnen houden en losjes de inzichten van alle
partijen kunnen invoegen.
Na
de Charretteweek
Na de Charretteweek is in een klein jaar
tijd het nieuwe wijk- en dorpsgericht werken van Hoogeveen voorbereid met:
-
Financiering voor gebiedsregisseurs
en de bijbehorende organisatie
-
Opsporing van werkbudgetten
-
Classificatie van alle 3200
begrotingsposten van de gemeente en de corporaties
-
Ontwikkeling van de methodiek
-
Bedenken van participatiewerkvormen
-
Opstellen van een communicatieplan
-
Opstellen van een
regie-organisatiemodel tussen zes partijen
-
Werven van gebiedsregisseurs
-
Juridische toetsing en toetsing aan
het bestaande beleid van de diverse partijen
De verschillende betrokken groepen bleven
continu overleggen. Een klankbordgroep van raadsleden hield de ontwikkelingen
nauwgezet in het oog. In verschillende dorpen en wijken gingen bewoners,
vooruitlopend op de start, al aan de slag met de eerste fase: het
inventariseren van vraagstukken.
Het
resultaat
Een nieuw, vergaand en breed gedragen model
voor de Smederijen van Hoogeveen waarin alle partijen geloven en willen
investeren. Dat is het resultaat van de Hoogeveense Charretteweek. Alle
betrokkenen zijn ervan overtuigd dat de ontwikkelde oplossing de beste is en
dragen deze uit. Ze kunnen het uitleggen en verdedigen en nemen het voortouw in
de uitvoering. Omdat de Charrette alle betrokkenen aanzette tot het ontwerpen
van oplossingen, zien de zes kernpartners zich als eigenaar van de Smederijen
van Hoogeveen: ze betalen allemaal mee en passen hun werkwijze aan. En de
bewoners zijn enthousiast: ze bellen zelf op wanneer ze mogen starten met ‘hun’
Toekomstagenda.
Door de werkwijze zijn de verschillende
partijen dichter bij elkaar gekomen. Instanties en beleid werden mensen en namen. Zo kregen ze meer begrip voor elkaar.
Partijen hebben geleerd om in oplossingen en alternatieven te denken in plaats
van in beperkingen en belemmeringen.
Voorwaarden
voor succes
In vergelijking met andere steden kende
Hoogeveen een aantal voorwaarden voor deze relatief snelle doorstart van het
proces van wijk- en dorpsgericht werken:
-
Een College met een gedreven
portefeuillehouder en een gemeenteraad die op cruciale momenten besluiten nam.
Dat stimuleerde het vertrouwen van andere partners in het proces en in elkaar.
-
Een groep ambtenaren die er vol voor
is gegaan en dat ook uitdraagt naar bewoners en andere betrokkenen.
-
Een zeer intensieve inzet van een
grote groep bewoners uit vrijwel alle dorpen en wijken van Hoogeveen.
-
Goede resultaten in Nieuwlande (met
het opstellen en uitvoeren van een dorpsontwikkelingsplan) en Krakeel (met het
wijkgebonden leefbaarheidsbudget).
-
Drie corporaties die zich vanaf het
begin hebben ingezet voor samenwerking met de gemeente in een wijkgerichte
aanpak voor geheel Hoogeveen (en niet alleen voor de buurten waarin zij
woningbezit hebben) en ook financieel bijdragen.
-
Welzijnswerk als katalysator van
vernieuwende aanpakken en de inbreng van welzijnswerk en politie. Zo hebben
wijken en dorpen daadwerkelijk invloed op het werk en de tijdsbesteding van de
welzijnswerkers en de programmapunten van de politie.